De viool van mijn moeder

De viool van mijn moeder

Opgroeien met een schandelijk geheim
(Bespreking van het romandebuut van Yvonne van den Berg, 2014)

…Bob en ik bleven logeren. We zaten samen met opa op de bank, opa in het midden. Ik kroop tegen hem aan en rook de shag, de weeïge geur die in al zijn kleren zat, en raakte met mijn vingers de stoppeltjes op zijn wang aan. Hij glimlachte en drukte me even tegen zich aan. ‘Zo kleine meid, zullen we naar de Fremersberg luisteren?’ vroeg hij. Hij sloeg zijn arm om me heen en gaf me een kus op mijn hoofd. ‘Ja opa,’ joelden Bob en ik tegelijkertijd.

Een kennis van mij heeft als therapeut in Centrum ’45 gewerkt. Een casus die diepe indruk op hem maakte – en via hem weer op mij – is die van een vrouw die als kind stelselmatig werd mishandeld door haar vader. We spreken van eind jaren ’30, begin jaren ’40 van de vorige eeuw. Tijdens de bezetting kiest vader voor de ‘goede’ kant en sluit zich aan bij het gewapend verzet. Intussen gaan de mishandelingen thuis gewoon door. Totdat op een dag het noodlot voor vader toeslaat: hij komt om bij een van de verzetsacties.
Deze heldendood maakt hem in ogen van ‘goed’ Nederland een martelaar en verschaft hem een onaantastbare reputatie. Niemand wil ooit nog het verhaal van zijn dochter horen, ook haar naaste familie niet; vaders onvolkomenheden zijn taboe. Die levenslange zwijgplicht verdubbelt haar trauma.

Yvonne van den Berg behandelt in een vergelijkbare thematiek. Alleen vertelt ik-figuur Else niet over een gewelddadige vader die ‘goed’ was in de oorlog, maar over een lieve opa die ‘fout’ was. Opa is in 1935 al toegetreden tot de NSB, overtuigd als hij was dat die beweging het beste voor had met de arbeiders. Hij heeft zich overigens wel steeds gedistantieerd van de Jodenvervolging, sterker nog: hij waarschuwde verzetsmensen zodra hij wist dat er een razzia op komst was, opdat ze de onderduikers snel naar een ander adres konden brengen.

Opa is en blijft evenwel NSB-lid. En dat heeft vérstrekkende gevolgen voor zijn familie.

Zijn dochter (Else’s moeder) raakt al haar vriendinnen kwijt en wordt op school gepest. Na de bevrijding blijkt ze, als dochter van een NSB’er, niet te mogen studeren. Eenmaal getrouwd en zelf moeder van twee kinderen op de basisschool, ziet ze zich onontkoombaar geconfronteerd met haar herinneringen. De ondergane vernedering maakt haar niet alleen bitter, maar vooral angstig.

Gevaar zat in alles. Gevaar zat in een loslopende hond naast een kinderwagen, het zat in een te vol geschonken glaasje dat niet op een onderzettertje stond, in een nieuwe baan of promotie, het loerde in nieuwe contacten en het zat in intimiteit of een complimentje. Zo probeerde zij haar dierbaren te behoeden.

Else en haar broer gaan zwaar gebukt onder hun krampachtige geheimhouding jegens de buitenwereld, maar evenzeer onder de spanningen binnenshuis. Ook met opa zelf mogen de kinderen niet over de oorlog praten:

Jij vraagt niets. Begrepen? (…) Je doet opa pijn als je iets gaat vragen en dat wil je toch niet?

Tegelijk zijn ze getuige van de dagelijkse woordenwisselingen tussen hun ouders over de oorlog én opa’s rol daarin; oeverloze discussies die steevast eindigen in ruzie.

Else ontwikkelt complexe haat/liefdegevoelens voor haar moeder. Ze weet zich geen houding te geven tegenover deze ijzige, verbeten vrouw die haar nooit een complimentje geeft, maar toch zo hartbrekend zorgzaam is wanneer Else na een traumatische operatie maandenlang op bed moet blijven liggen.

Ze vocht voor me en beschermde me, vertroetelde me tot ik er bijna in stikte. Ik moest beter worden, en daar had ze alles voor over. (…) Ze zegde haar tennislessen af en kookte mijn lievelingsgerechten.

Tegelijk zijn beide kinderen getuige van de dagelijkse woordenwisselingen tussen hun ouders over de oorlog én opa’s rol daarin; oeverloze discussies, die steevast eindigen in ruzie.

 

De viool van mijn moeder is een autobiografische roman waarin Yvonne van den Berg een vleugje fictie heeft verwerkt. In een vloeiende stijl, met veel oog voor detail, schildert ze de sfeer binnen een respectabel huisgezin (vader is advocaat en wordt rechter) met een schandelijk geheim. Ze weet de val van het zelfbeklag te ontlopen, door haar opvoeding – met alle restricties en emotionele chantage – vooral feitelijk te beschrijven, wat het effect des te sterker maakt.

Leitmotiv door dit hele boek heen is de muziek: moeders viool- en pianospel, Else’s fluitlessen. Logisch voor een auteur die zelf het conservatorium doorliep, werkzaam was als muziekdocent en uitvoerend fluitiste, en tegenwoordig als klassiek programmeur werkt bij De Oosterpoort in Groningen.

De viool van mijn moeder leest vlot weg en blijft verrassen, misschien juist door het autobiografische aspect; immers, niets onvoorspelbaarder dan een mensenleven. Vooral deel één boeit in literair opzicht, door suggestieve couleurs locales (de Betuwe, Leeuwarden) en het knap gehanteerde kinderperspectief.
Deel twee vertoont hier en daar duidelijker trekken van een ervaringsverhaal voor lotgenoten. Else breekt met haar moeder, gaat in therapie, doet bij het Rijksinstituut voor Oorlogsdocumentatie navraag naar de politieke activiteiten van haar opa en zoekt schoorvoetend contact met de Werkgroep Herkenning, die zich inzet voor kinderen uit NSB-families.

Belangrijke verdienste van dit boek is de aandacht voor de doorlaatbaarheid van de grenzen tussen ‘goed’ en ‘fout’ in tijden van oorlog. Grote Nederlandse auteurs gingen Yvonne van den Berg hierin voor: Simon Vestdijk met Pastorale 1943, W.F. Hermans met De tranen der acacia’s.
Maar De viool van mijn moeder richt zich specifiek op het verborgen leed van NSB-kinderen en -kleinkinderen. En het maakt de even precaire als gecompliceerde problematiek op een toegankelijke manier invoelbaar: de onbestemde schuldgevoelens, de schaamte, de loodzware loyaliteit.

Halverwege het boek denk je onwillekeurig aan de ophef in rondom Grimbert Rost van Tonningen – zoon van de beruchte NSB-prominenten Meinoud en Florrie – toen hij op 4 mei 2011 in Culemborg zou spreken over vrijheid, en wel vanuit het perspectief van een ‘kind van foute ouders’.

“Natuurlijk begrijp ik dat hij zijn verhaal ook wel eens kwijt wil,” verzuchtte een vriendin van mij destijds, “maar ik begrijp niet waarom hij daar per se díe plek en díe gelegenheid voor moet uitkiezen.”

Na De viool van mijn moeder te hebben gelezen, begrijp ik dat wel.

Reageren is niet mogelijk.