Lauwerkrans voor Goeyvaert String Trio

Lauwerkrans voor Goeyvaert String Trio

Het was een vermetel project: het Stabat Mater van Pärt opnemen in de reine stemming. Maar in diverse recensies (waaronder een Luister 10) werd het resultaat eendrachtig bejubeld. En op 29 november 2014 kregen violiste Kristien Roels, altist Kris Matthynssens en cellist Pieter Stas in Utrecht een Edison uitgereikt voor hun monumentale cd met werk van Pärt en Moody.

Een piepklein plustekentje maakt het grote verschil. Het ‘Goeyvaerts String Trio +’ omvat naast de drie strijkers namelijk nog sopraan Zsuzsi Tóth, countertenor Barnabás Hegyi en tenor Olivier Berten. “Onwaarschijnlijk goede zangers, met een onwaarschijnlijk goede ensemblezang,” prijst cellist Pieter Stas. Zelf ook als baszanger verbonden aan het Nederlandse ensemble Cappella Pratensis had hij de connecties om uitermate deskundige collega’s te benaderen: “Zsuzsi, Barnabás en Olivier komen alle drie uit de stal van Vox Luminis en zijn gewend om in veel verschillende stemmingen te zingen.” Lachend: “Voor ons als strijkers was het spelen in de reine stemming trouwens nog best lastig…! We moesten telkens herstemmen om de maximale resonantie van de boventonen te krijgen.”

Die reine stemming is karakteristiek voor ‘hun’ Stabat Mater van Pärt. Die sorteert een ander effect – inniger, melancholischer ook dan de gangbare gelijkzwevende stemming waarvan Bach met zijn ‘Wohltemperiertes Klavier’ alle uithoeken verkende. De gelijkzwevende stemming is weliswaar bruikbaar voor alle instrumenten in alle toonsoorten, maar qua zuiverheid blijft ze een compromis. Na ampele overwegingen besloot het Goeyvaerts String Trio dan ook om voor het hoogst haalbare te gaan.

Pieter Stas: “Het Stabat Mater staat al zo’n tien jaar op ons programma en we hebben het al met veel zangers uitgevoerd. Ook heel dramatisch, met veel vibrato. Maar toch bereikten we niet de diepgang die we zelf voelden. Daarom wilden we dit werk opnemen zonder vibrato, om de tonen zo zuiver mogelijk te krijgen. De samenklanken worden ook meer verfijnd, je krijgt de akkoorden zorgvuldiger geïntoneerd en de emoties komen beter tot hun recht. Alles wordt puurder en tegelijk ook rauwer.”
Klankregisseur Piotr Furmanczyk stond er eerst ietwat sceptisch tegenover, vertelt Stas. “Dat is ook te begrijpen. Want de montage moet ongelofelijk precies gebeuren, het is net alsof je scheermesjes aan elkaar plakt. Maar binnen een paar dagen was Piotr akkoord en we hebben een geweldige hulp aan hem gehad! Er was wederzijds tweehonderd procent vertrouwen. Dat is veel waard. Er wordt weleens vergeten hoe afhankelijk je als musici en technici eigenlijk van elkaar bent.”

Radicaal
Beide componisten op deze cd, de Estlandse Arvo Pärt en de Britse Ivan Moody, zijn lid van de Russisch ,respecievelijk Grieks Orthodoxe kerk; Moody werd zelfs priester. Geen onbelangrijk gegeven, want de cd ademt een sacrale sfeer die daarmee verbonden is. Het essay in het booklet, geschreven door psychoanalyticus Philippe Grisar, blijkt een zinvolle aanvulling. Lezen en luisteren gaan verrassend goed samen, want Grisar duidt muziek en tekst aan de hand van een kenmerkend Orthodox verschijnsel: de icoon.
Stas: “Ja, Philippe is een vriend met wie we vaker samenwerken. We wilden nu eens niet zo’n geijkte musicologische toelichting met allemaal feitelijkheden en zo. Bovendien is het erg moeilijk om nog iets zinnigs over Pärt als componist te schrijven. We hebben uiteraard al veel literatuur over hem gelezen, maar meestal komt zo’n betoog er toch weer op neer dat Pärts muziek ‘zo spiritueel’ is. Terwijl wij liever iets wilden zeggen over wat zijn muziek oproept. Welke gevoelens kun je er als musicus en luisteraar bij krijgen? Wat doet zijn muziek met de sappen in je lichaam?
Wij vinden Pärt ook heel radicaal. Zijn muziek wordt vaak afgedaan als een soort easy listening, maar dat is onterecht. Ook voordat hij overging op zijn ‘tintinnabuli’-stijl was hij al extreem in zijn aanpak. Neem nu het feit dat hij zichzelf in 1968 een sabbatical van zeven jaar oplegde om middeleeuwse muziek te bestuderen. Een componist die doelbewust zeven jaar lang helemaal niets schrijft dat is op zichzelf al een heel radicale manier van werken!”

De werken op de cd hangen onderling samen. Enkele jaren geleden legde het Goeyvaert String Trio aan Ivan Moody het verzoek voor om ook een Stabat Mater te schrijven, als pendant voor dat van Pärt. Als antwoord kwam Moody in 2012 met ‘Simeron!’ (Grieks voor ‘Vandaag!’.

Moody streeft ernaar zijn geloof ook via zijn muziek uit te dragen: “Everything I write, I hope, is written to praise the Creator”. Met name heeft hij intense affiniteit met Christus’ opstanding uit de dood. De kreet ‘Simeron!’ wil dan ook benadrukken dat het begrip ‘opstanding’ nog dagelijks aan de orde is. Grisar geeft hiervan ook een areligieuze interpretatie: “Hecht geen geloof aan de ‘dood’, maar blijf trouw aan elke flits van inspiratie die jou treft op je eigen weg naar Damascus. Vandaag!”

Crowdfunding
Met ‘Stabat Mater’ heeft het Goeyvaert String Trio feitelijk aan deze oproep gevolg gegeven en zich niet laten weerhouden door economische tegenwind. Een materiële bijzonderheid aan deze cd is namelijk de financiering: die geschiedde met behulp van crowdfunding. Via het Kickstarterplatform wist het drietal bijna € 17.500 in te zamelen. Daarmee konden ze de opnamen bekostigen in de Église Saint Jean l’Évangéliste in Beaufays, vlakbij Luik.

Hoe moeilijk is het momenteel om in België subsidie te krijgen? Soms lijk het alsof in het zuiden meer goodwill en eerbied leeft voor cultuur dan in Nederland. Met name de Vlaamse podiumkunsten lijken vaak ook voor te lopen op het noorden…
Stas: “Ik vind wel dat er in België minder ondersteuning is vanuit de overheid. We hebben ook minder goed uitgeruste concertzalen, zoals jullie Concertgebouw of het Muziekgebouw aan het IJ. En dat Vlaanderen op cultuurgebied creatiever en vernieuwender lijkt… tja, mijn verklaring daarvoor is dat Vlaanderen een klein gebied is, waar je dus al gauw ‘wereldberoemd’ bent. Maar wie naar het buitenland wil, heeft daar gelijk heel veel concurrentie; zeker als je in een standaardbezetting speelt zoals een pianotrio of strijkkwartet. Als Vlaams kunstenaar moet je je dus onderscheiden, specialiseren, iets aparts doen. Denk aan Philippe Herreweghe, of aan een choreografe als Anne-Teresa De Keersmaeker. Zo zijn er ook heel weinig strijktrio’s. En wanneer je zeldzaam bent, raak je wel eerder in de kijker bij media en tv-presentatoren. Vandaar misschien de veronderstelling van buitenlanders dat er in Vlaanderen heel veel gebeurt.”

Toch heb ik het, misschien irrationele, idee dat de conservatoria in België de lat hoger leggen dan in Nederland.
“Bij zang zou dat misschien zo kunnen zijn, maar bij strijkers heb ik dat gevoel absoluut niet! Kijk eens naar de Amsterdamse Cellobiënnale. Of naar een vioolpedagoge als Coosje Wijzenbeek – dat vind ik echt een ongelofelijke manier van werken, zoiets kennen wij hier niet. En dat komt waarschijnlijk toch weer doordat Vlaanderen te klein is om zoiets op te kunnen zetten. Iemand als Anner Bijlsma is nog zo’n grootheid voor wie ik diepe bewondering heb.”

In Nederland is ook al genadeloos bezuinigd op cultuur…
“Ja, ik weet het, en die Nederlandse bezuinigingen in Nederland hebben ook een enorm effect! Het is veel gemakkelijker om een beschaving af te breken dan die weer op te bouwen. Daar heb ik wel schrik voor. Ik ken collega-zangers die in Nederland studeerden en in Den Haag en omgeving bleven hangen, maar nu toch weer naar België komen. Maar ik vrees evenzeer voor het cultuurleven in Vlaanderen, want ook hier zijn bezuinigingen op til…”
Maar gelukkig krijgt Pieter Stas nog bijtijds goed nieuws door om zijn relaas positief te eindigen: “Zojuist hoor ik dat we door de klassieke zender Klara uitgeroepen zijn tot Musicus van het Jaar. Een mooie pluim op de hoed!”

CD: Goeyvaerts String Trio +: ‘Stabat Mater’. Challenge Classics CC72616

Reageren is niet mogelijk.