‘Beoordeel niemand op uiterlijk of achtergrond’

‘Beoordeel niemand op uiterlijk of achtergrond’

Opvoeden, gezond blijven: we zijn er dagelijks mee bezig. Welke lessen leerde u van het leven en zou u op anderen willen overdragen?
Deze week: de familie De Gunst-Grigoryan uit Elburg.

(de Stentor, katern Hart & Ziel, 06-10-2015)

De familie:
Rudolf de Gunst (44), werkzaam bij een boomkwekerij
Lusine Grigoryan (35), visueel ontwerper en fotograaf
Marten (13), 2 vwo
Fabian (11), groep 8

Vrouwenemancipatie is een groot goed

Lusine: “Mijn vader was een gewelddadige man. Mijn moeder moest vaak blauwe plekken wegschminken. Toen er in 1988 oorlog met Azerbeidzjan kwam, vocht mijn vader mee. Men zag hem als een oorlogsheld. Maar hij werd steeds agressiever. Hij had al zijn wapens mee naar huis genomen. Bij elk wissewasje bedreigde hij mijn moeder daarmee. Er hoefde maar een boek verkeerd te liggen of hij greep naar zijn geweer. In 1997 zijn we bij hem weggevlucht. Eerst naar Rusland, naar Karelië, waar mijn moeders familie woonde. Daar kregen we nog steeds dreigtelefoontjes van mijn vader. Toen heeft iemand ons geholpen om in 1999 naar Nederland te vluchten.”
Rudolf: “Die reden om te vluchten werd door de IND eerst niet erkend. ‘Relationele problemen komen hier ook voor’ zeiden ze.”
Lusine: “Maar in Armenië liggen de man/vrouw-verhoudingen heel anders. Vrouwen zijn meestal economisch afhankelijk van hun man. Op straat lopen ze er modern bij, met korte rokken en hoge hakken. Maar achter de voordeur is hun enige recht het aanrecht. Als gescheiden vrouw ben je zowat een paria. En mijn vader was vuurwapengevaarlijk. Voor die situatie zijn we gevlucht.”
Rudolf: “Ik heb Lusines vader nog nooit gezien. Een raar idee dat hij de opa van onze jongens is.”
Marten: “We zien hem niet als opa. We kennen de verhalen, maar we hebben het zelf niet meegemaakt. Dus voor ons voelt het anders. Op school praat ik er niet vaak over. Maar iedereen weet wel dat mijn familie Armeens is. En ook dat de reden om hierheen te komen niet leuk was.”

Vooroordelen maken veel kapot

Lusine: “Wat we niet hadden verwacht: dat we in Nederland eerst als een soort crimineel werden behandeld. Gefouilleerd, medisch onderzocht, gewantrouwd. En we ontdekten hoe eenzaam je eerst bent, als vluchteling! Je kent niemand, je spreekt de taal niet, je moet vanaf nul beginnen. Ik heb in verschillende opvangcentra gezeten. In Oldebroek leerde ik Rudolf kennen. Ik had, evenals veel andere AZC’ers, een vakantiebaantje bij de boomkwekerij waar hij werkte. Rudolf was daar een van de weinigen zonder vooroordelen tegen asielzoekers.”
Rudolf: “Sterker nog: ik was tegen mensen mét vooroordelen. In die tijd had je de LPF. Die aanhang was toch wel vergelijkbaar met veel PVV’ers nu.”
Lusine: “Op een zaterdagnacht kwam er een troep discogangers met stokken naar ons AZC. Ze gooiden stenen door de ramen. Heel angstaanjagend.”
Rudolf: “Stenen gooien, door een raam waarachter mensen met een báby zitten! Zelf kwam ik vaak in het AZC op bezoek. Daar zaten Irakezen, Armeniërs, Iraniërs, Somaliërs, Georgiërs… Ik heb daar voornamelijk aardige mensen leren kennen. Als ik nu hoor hoe Nederlanders elkaar angst aanpraten voor vluchtelingen, denk ik: ze weten totaal niet over wie ze het eigenlijk hebben!”
Lusine: “Marten en Fabian hebben geleerd dat er meer mensen op de wereld zijn dan alleen Nederlanders en Armeniërs. En dat je niemand mag beoordelen op uiterlijk of achtergrond.”

Geloof laat zich niet afdwingen

Lusine: “Ik ben Armeens-Orthodox opgevoed. Ik vond het meer een traditie dan een geloof. Er was een grote afstand tussen de priesters in hun zwarte gewaden en de kerkgangers. De liturgieteksten waren in een oud-Armeens dat niemand verstond. Pas in Nederland heb ik echt iets over het christendom en de Bijbel geleerd.”
Rudolf: “Ik ben opgevoed met het Leger des Heils. Als kind moest ik altijd mee naar de samenkomsten. Nu bezoekt Lusine af en toe nog weleens een kerkdienst. De jongens mógen mee, ze hoeven niet. Ze zitten ook op christelijke scholen, maar uiteindelijk bepalen ze zelf wat ze geloven. Vrijheid is voor ons ontzettend belangrijk.”

Open communicatie vergt gelijkwaardigheid

Fabian: “Mijn moeder is een bekende figuur op mijn school, want ze komt vaak foto’s maken.”
Lusine: “Ik wil graag bij de school betrokken zijn. Zelf ben ik als kind zó verlegen geweest! Het verbaasde me toen hoeveel zelfvertrouwen andere kinderen hadden. Vooral diegenen van wie de vader of moeder leraar was. In Armenië is veel eerbied voor gezagsrelaties. Daar voelen ouders zich nog wat onderdanig tegenover de juf of meester. Maar ik wil juist op basis van gelijkwaardigheid met de leerkrachten communiceren. Daarom help ik graag mee.
We hebben Marten en Fabian bewust niet tweetalig opgevoed, omdat ik hoorde dat allochtone kinderen vaak een taalachterstand hadden. Ik dacht: ‘Dat mag míjn kinderen niet gebeuren!’ Achteraf pas lazen we dat een tweetalige opvoeding ook juist goed kan zijn. Intussen kennen ze wel wat Armeens, hoor.”

Respecteer elkaars interesses

Rudolf: “Lusine en ik hebben totaal verschillende interesses. Maar we geven elkaar de ruimte. Vrienden vragen weleens verbaasd: “Mag jij zóveel voetbal kijken van je vrouw?’ Dat hoeven zij thuis niet te proberen, haha! Maar Lusine zit meestal achter haar laptop…”
Lusine: “Ik weet dat Rudolf voetbal heel erg leuk vindt. Daarom laat ik hem gewoon kijken. Omgekeerd wil ik immers ook graag doen wat ík leuk vind? Terwijl hij kijkt, ben ik lekker bezig met ontwerpen en foto’s bewerken.”
Rudolf: “Soms moet ik wel de tv iets zachter zetten.”

Wees benaderbaar voor je kinderen

Rudolf: “We maken thuis veel grappen samen, echt heel melig soms…”
Lusine: “Ik wil als opvoeder geen machthebber zijn. Ik ben liever een soort vriend. Ik denk dat je qua sfeer moet kunnen afstemmen. Als jij niet met je kinderen kunt meelachen, mag je ook niet verwachten dat ze daarna wel meegaan in jouw ernst. Ik leg ze ook uit waaróm we sommige dingen verbieden. Ze moeten het kunnen begrijpen! Als kind vroeg ik telkens: ‘Waarom?’ Dan kreeg ik geen antwoord.”
Rudolf: “Met mijn vader heb ik weinig echte gesprekken gehad. Zelf streef ik ernaar dat mijn kinderen me in vertrouwen durven nemen als hun iets dwarszit. Ik wil benaderbaar zijn. Al hecht ik wel aan respect voor ouderen. Als trainer bij het jeugdvoetbal stond ik soms versteld van de grote mond die sommige kleintjes hadden…! Dat bedoelden ze niet altijd brutaal, ze wisten niet beter.”
Lusine: “Natuurlijk moeten kinderen beleefd blijven. Maar echte verlegenheid kan je enorm beperken in je ontwikkeling! We zijn heel blij dat Marten en Fabian vrijmoedig met iedereen kunnen praten.”

Reageren is niet mogelijk.