Zingen op de drempel van kerk en wereld

Zingen op de drempel van kerk en wereld

Hindrik van der Meer (80) is oud-leerkracht, oud-pabodocent en nog altijd musicus en tekstschrijver. Momenteel maakt hij een afscheidstournee met zijn Frysk Kwartettekoar, een groot gezelschap dat zich beijvert voor eigentijdse Friestalige liturgieën. In januari verscheen de liedbundel ‘Hertslach’, als kroon op zijn werk.

Nederlands Dagblad, 05-04-2019, beeld: Pixabay


‘Bij die eerste oproep: dat we koorleden zochten voor een vernieuwende Friese liturgie, meldden zich meteen al twintig mensen’, herinnert Hindrik van der Meer zich. Zo ontstond in 2006 het Kwartettekoar. Doelstelling was om Friese kerken aan te moedigen meer met hun taal te doen.
Nu Van der Meer tachtig is, stopt hij ermee. Dat wil zeggen: in 2020, want hij is nu pas halverwege zijn afscheidstournee. Ruim veertig kerken nodigden hem en zijn koor daarvoor uit. ‘Nog zo’n twintig optredens te gaan.’

Een manusje-van-alles, noemt hij zichzelf. ‘Ik ben een muziek- en talenman, gefascineerd door alles wat met klank te maken heeft. Maar ook door beeldende kunst. Door alles wat het leven optilt.’
Zijn karakteristieke ronde huis – midden in de weilanden buiten Jorwerd – herbergt een vleugel, een pijporgel, een paar kistharmoniums, een klavecimbel, veel boeken en veel kunst. Figuratief expressionisme van de kunstenaarsgroep ‘Yn ’e line’, de Friese pendant van De Ploeg in Groningen. Maar ook Papoeakunst uit voormalig Nederlands Nieuw-Guinea, waar Hindrik van der Meer en zijn vrouw Beitske jarenlang woonden toen hij er als zendingsonderwijzer werkte. Ze spreken het woord ‘Papoea’ liefdevol en eerbiedig uit, met de klemtoon op de tweede lettergreep. ‘Die tijd in Papoea was heel bepalend voor ons. Nog altijd voelen we ons verbonden met de Papoea’s. En binnen zo’n totaal andere cultuur krijg je ook een nieuwe kijk op je eigen cultuur.’

Christen-socialist

Het is al meer dan zestig jaar geleden dat hij aan zijn studie begon. ‘Destijds sprak nog niemand erover dat er talen zouden uitsterven. Maar dat gebeurt nu voortdurend. Daarom moeten we zuinig zijn op onze talenrijkdom. En ik plaats dat binnen een groter geheel: zuinig zijn op de schepping. Op dieren, op bloemen en op talen.’ Daarin is hij niet eenkennig, stelt hij uitdrukkelijk. ‘Ik beleef plezier aan elke taal. Dat had ik als kind al. Het wonder van de communicatie, het feit dat elke klank verschillende betekenissen kan hebben… Taal is zo’n rijk menselijk bezit. Ja, veel mensen buiten Friesland denken vaak dat wij alleen met onze eigen taal bezig zijn. Maar er zijn heel veel Friezen die het Fries koesteren én grote interesse hebben in andere talen.’
Als inspirerend voorbeeld noemt hij journalist en dichter Fedde Schurer (1898-1968); ‘Een christen-socialist die mondiaal dacht, zonder zijn eigen cultuur te vergeten. Hij kwam ook op voor de Friese taal, op alle maatschappelijke terreinen.’

Van der Meer deed de Kweekschool in Sneek toen er nog letterlijk en figuurlijk veel muziek in die opleiding zat. Naderhand werd hij muziekdocent aan hetzelfde instituut, nu pabo geheten. Daar organiseerde hij allerlei projecten, zoals over de Friese dichter Obe Postma (1868-1963).
‘Ik had zo’n veertig gedichten van hem gestencild – zo ging dat nog in die tijd – en gaf die aan studenten met de vraag: welk gedicht vind jij het mooist en wat zouden we daarmee kunnen doen?’
Beitske van der Meer: ‘Hindrik merkte ook dat de schooljeugd geen Friese kinderliedjes kende. Die waren er eenvoudig niet. Zowel op school als in de kerk had Hollands het monopolie. Dus dacht hij: als ik zelf liedjes maak, dan kunnen de studenten die weer aanleren op scholen.’
Hun eigen kinderen zongen en speelden de liedjes in op een aantal cd’s. Ook stemkunstenares Greetje Bijma werkte mee. Van der Meer: ‘Mijn liedjes gaan vaak over dieren, maar die kun je niet op het gewenste moment geluid laten maken. Dat heeft Greetje toen erg leuk gedaan.’

Kroegkoor

Vijftien jaar lang leidde Van der Meer ook zijn Kroechkoar ‘Auke Roukes’, puttend uit een schat aan Friese volksliederen. ‘Allemaal ongeschoolde stemmen, ja. Dat is altijd mijn uitgangspunt geweest: dat iedereen mee kan doen.’ In 2006 verruilde hij dit kroegkoor met pijn in het hart voor een nieuwe missie: Friestalige liturgie.
Regelmatig al had hij met dichter Eppie Dam liturgieën samengesteld voor landelijke diaconale dagen. Nu startte hij het Kwartettekoar, een broedplaats voor eigentijdse Friestalige liturgie. Eppie Dam scheef de teksten, Van der Meer de muziek. ‘Ik noem ze ook weleens: liederen op de drempel van kerk en wereld.’

Hoewel in 1908 al het Kristlik Frysk Selskip werd opgericht, ter bevordering van het Fries als voertaal, ervaart menige kerkganger een Friese liturgie nog steeds niet als vanzelfsprekend. Beitske van der Meer: ‘Er zijn mensen die Friestalige diensten boycotten, zo van: “Fries praten we onder elkaar, maar niet in de kerk.” Anderen zeggen juist: “Dit komt heel dichtbij.” Misschien is het soms te moeilijk om die emotie toe te laten. Dan biedt het Nederlands een veilige afstand.’ Hindrik: ‘Als kind dacht ik zelfs dat God geen Fries verstond. Mijn vader las uit de Nederlandstalige Bijbel en bad in ook in het Nederlands.’

Via zijn Kwartettekoar en zijn liefde voor liturgie en esthetiek is Van der Meer als musicus intensief betrokken bij de stichting Nijkleaster, een idee van de Jorwerdse predikant Hinne Wagenaar en diens partner Sietske Visser.
‘Zij werden geïnspireerd door de communiteiten op Iona en in Taizé’, vertelt Van der Meer. Zelf bedacht hij de naam: Nijkleaster, Nieuw Klooster, voor wat een oecumenisch klooster en bezinningscentrum gaat worden.
‘Als oprichters zochten we een geschikte plek en dat bleek Jorwerd te zijn.’ Hij wijst in de verte: achter de weilanden tekent zich het dak van een grote boerderij af tegen de horizon. ‘Er is een paar miljoen nodig om die boerderij tot klooster te verbouwen. Dat is nog niet rond, maar we zijn intussen wel zover dat we kunnen beginnen. En al jaren hebben we elke woensdagochtend, weer of geen weer, een korte viering in de oude kerk van Jorwerd. Daarna maken we een wandeling onder het motto: stilte, bezinning en verbinding.’

Ondanks al zijn koorleiderservaring voelt Van der Meer zich niet zozeer dirigent als wel onderdeel van de groep. ‘Voor mij geen zwart pak met een wit strikje. Wij willen langs muzikale weg teksten overdragen die ons raken, niet een concert geven.’ Net als eertijds kroegkoor ‘Auke Roukes’ begeleidt hij het Kwartettekoar ook letterlijk pro Deo: ‘Och ja, je doet het vanuit een ideaal, hè.’
Als eerbetoon regelde zijn Kwartettekoar een fraaie uitgave van tachtig van zijn liederen: Hertslach, Lieten om it út te sjongen. Eén daarvan, een hertaling van het Onze Vader, ligt hem na aan het hart: God fan fier en hein ús Heit, een fijnzinnige mengeling van ootmoed en hoop. Ingetogen leest Hindrik van der Meer de Friese tekst.
‘…wûnder heimnis is jo namme
grut yn krêft en hearlikheid
oant yn alle tiden. Amen.’

‘Hertslach, Lieten om it út te sjongen’, Uitgave Intrada, Heerenveen.
Zie ook http://itkwartettekoar.nl

Reageren is niet mogelijk.