Odilon Redon: verbinding van woord, klank en beeld

Odilon Redon: verbinding van woord, klank en beeld

Odilon Redon. La littérature et la musique is geen standaard overzichtsexpositie. Gastconservator Cornelia Homburg liet de chronologie los en groepeerde het werk rondom terugkerende thema’s, met literatuur en muziek als hoofdlijnen.

Beeld: zaaloverzicht ‘OdilonRedon. La littérature et la musique’,  foto Marjon Gemmeke
(Nederlands Dagblad, bijlage Gulliver, 15-06-2018)

‘Ik ben geboren op een golf van klank’, placht Odilon Redon te zeggen, doelend op gezin van herkomst. Grote broer Ernest-Félix was beroepsmusicus. Ook Odilon leert al vroeg vioolspelen en wel tot op een professioneel niveau. Parallel hieraan houdt ook de literatuur hem intensief bezig. Zo verslindt hij als kind al werken van Dante, maar ook eigentijdse titels van Mallarmé en Baudelaire.

Als beeldend kunstenaar zoekt Redon zijn eigen weg vanaf de jaren zeventig van de 19de eeuw. Aanvankelijk werkt hij vooral in zwart-wit op papier en weet dat te verheffen tot een krachtig expressiemiddel. De expositie opent dan ook met zwart-wit litho’s, waarop je zowel het klokkengebeier (Un masque sonne le glas funêbre) als de ultieme stilte (Le sommeil, in slechts enkele fragiele lijnen) praktisch kunt horen en zien.
Vanaf 1890 gebruikt hij steeds meer kleur. En al blijven kleur en zwart-wit op zaal perfect in balans, toch loop je automatisch eerst naar de olieverven en pastels. Vooral dat wonderbaarlijke blauw (ultramarijn, kobalt), de droomkleur bij uitstek, werkt als een magneet in combinatie met goudgeel, terra en smaragdgroen. De pastels blinken (bijna letterlijk!) uit in de wijze waarop Redon het poederachtig materiaal hanteert, zoals bij ogenschijnlijk fonkelende sterren in Le barque / Vierge nimbée (1898).

Hoofd

Redon kende zijn klassieken. Griekse mythen, maar ook Germaanse sagen (Brünnhilde) en Bijbelverhalen (La visitation) voeren de boventoon − of eigenlijk alleen elementen daaruit, archetypen zonder verhalende context. Het afgehakte hoofd bijvoorbeeld. Van Johannes de Doper, op een schotel (met Salomé als femme fatale). Van de rouwende Orpheus, drijvend op het water. En van Perseus, zoals op het vroege olieverf (ca. 1875) dat het Kröller-Müller vorige maand aankocht. Veelzeggend zijn de soms twee, drie titels per tekstbordje. Redon hield niet van titels; hij veranderde ze nogal eens, want hij wilde de interpretatie van de kijker niet sturen.

Ook dravende, steigerende en zwevende paarden bevolken de zaal. Centaurs en Pegasusfiguren, in diverse poses en technieken. Aangezien Redons virtuositeit buiten kijf staat, is hun anatomie verrassend. Pegasus, personificatie van creativiteit, blijkt soms een zwaarlijvig dier wiens ranke beentjes met moeite zijn romp torsen. ‘Zo benadrukt Redon het dierlijke’, aldus gastconservator Cornelia Homburg. ‘Hij stelt de spierkracht van het lijf tegenover het geestelijke van de vleugels.’

Darwin

Een zwever is Redon overigens niet; wetenschap fascineert hem evenzeer als mythologie. Geïnspireerd door Darwin tekent hij fantasiewezens in een quasi-ontwikkelingsstadium, zoals het Kikkervisje alias Chimaera (1883). De serie Les Origines verwijst naar Darwins The Origin of Species: we zien hoe Pegasus machteloos achterover valt, met een log lijf dat zijn vleugels nog niet vermogen op te tillen.
Le cyclope (ca.1914) is met afstand Redons bekendste schilderij én een van de topstukken in de Kröller-Müller-collectie. Broeierig loert de eenogige reus naar de naakte Galatea. Van zijn kinderlijke blik gaat een stille dreiging uit: die van de oerdrift, het onderdrukte libido, waarvoor de beschaafde burgerij zo bang was.

De worsteling met ‘het beest in de mens’ en het weerstaan van verleiding is dan ook een gewild thema in deze laat-19de eeuw. Niet minder dan drie series wijdt Redon aan La tentation de St. Antoine van Gustave Flaubert, waarin de duivel woestijnvader Antonius bestookt met surrealistische en vaak groteske hallucinaties; een onderwerp waarop ook geniale excentriekelingen als Jheronimus Bosch (1501) en Salvador Dalí (1946) zich met verve hebben gestort. Flauberts beschrijving doet denken aan een bad trip. Materiaal te over dus voor Redon, die de term ‘illustratie’ overigens afwijst: ‘Ik lees, ik laat me inspireren en beeld dat uit.’
De hoge wand met 22 litho’s uit de laatste serie (1933-1938) vergt eigenlijk een toneelkijker. Toch was dit een bewuste keuze, licht Homburg toe. ‘Ik wilde ook aspecten als massaproductie en marketing laten zien. Een echte verzamelaar kiest de eerste series uit 1888 en 1889. Deze hier horen bij die latere, commerciële uitgave. En nee, de bovenste rijen kun je niet goed zien. Maar dat is hierbij ook minder belangrijk.’

Extra pluspunt is de geraffineerde vormgeving van deze expositie. Op de wanden zelf is telkens een verticaal kleurverloop aangebracht in blauw, rood en geel; verderop zelfs in zalm- en oudroze. Paradoxaal genoeg creëren die extra kleuren een rust die een effen wand niet zou hebben bereikt. Qua inrichting is Odilon Redon. La littérature et la musique zo een kunstwerk op zichzelf.

Odilon Redon. La littérature et la musique. Kröller-Müller Museum.
Te zien t/m 9 september 2018

Reageren is niet mogelijk.