Het licht van Arthur Briët

Het licht van Arthur Briët

Zijn roem is dan wel verbleekt, maar bij leven genoot Arthur Briët nationaal, ja zelfs internationaal aanzien. Het Noord-Veluws Museum wijdt een overzichtsexpositie aan deze ‘Veluwse Rembrandt’.

de Stentor, 28-03-2019. Beeld: Arthur Briët: ‘Meisje met geit in graanveld’ (Collectie Westfries Museum)

Hij zat nog een tijdje bij Vincent van Gogh in de klas, op de Koninklijke Academie der Schoone Kunsten in Antwerpen. Niet lang, want Vincent bleek een drop-out: de Antwerpse academie bood een gedegen klassieke opleiding, die niet bij hem paste.
,,Van Gogh ging na een half jaar zijn eigen weg; Briët heeft de vier jaren vol gemaakt en is met de Prix d’Excellence afgestudeerd,” zegt conservator Margot Jongedijk. ,,Maar Van Gogh is wereldberoemd geworden, terwijl de roem van Briët uiteindelijk is weggezakt. En toch was Briët in zijn eigen tijd heel succesvol.”
Dat blijkt ook uit bepaalde citaten. ,,Al moesten mijne vrouw en kinderen honger lijden, ik gaf mijn laatste tienguldenstuk, als ik één penseelstreek kon maken als Memling,” verzuchtte Briët ooit. Hierin hoor je, naast een zekere bescheidenheid, ook de belevingswereld van iemand die zelf geen armoede kent.

Cartoon

Geboren op Java in 1867 groeide Arthur Briët op in Utrecht. Vader Paul was namelijk overleden toen Arthur anderhalf was. Niet lang daarna keerde moeder Susanna terug naar Nederland om daar te hertrouwen. Op de lagere school had Arthur al aardigheid in het tekenen van karikaturen van klasgenootjes en leerkrachten. En eenmaal op de hbs richtte hij met een schoolvriend zelfs een heus cartoontijdschrift op, De Humorist. Voor de financiering van het drukwerk zorgden beide ouderparen.
Zijn beroepskeuze was dan ook gauw gemaakt: in 1884 nam Arthur de raad van een vriend ter harte om ‘voor schilder te gaan studeeren’. Hij deed de academie te Antwerpen, met aansluitend een zogeheten grand tour door Frankrijk en Italië. Geld was geen probleem; armlastig waren ze thuis niet en daarbij stonden Arthurs talent en gedrevenheid buiten kijf, wat hem beurzen en koninklijke subsidies opleverde.

Impressies van die grand tour hangen nu in Nunspeet. Stadsgezichten, zoals de Sacré-Coeur in aanbouw (1890) en de zwier van een Italiaanse volksvrouw op het Straatje in Napels (1891). Maar ook een chic portret van een jonge vrouw en profil, met een krullend lokje bij het oor. De auteur van de catalogustekst, Williëtte Wolters-Groeneveld, ontdekte onlangs minuscule letters in dat lokje: ‘BELLA’, de schone. Zien we hier Arthurs geliefde? En was zij dezelfde als het mediterrane Meisje met lauwerkrans? Het blijft gissen.

Schemerig

Wat beide portretten echter ondubbelzinnig tonen, is Briëts fascinatie voor clair-obscur, waarmee Josef Israëls en natuurlijk Rembrandt beroemd werden.
,,Vandaar al die schemerige binnenhuistaferelen,” legt Jongedijk uit. ,,Na zijn afstuderen bedacht hij meteen: ik ga me op dat licht toeleggen. Maar wij als museum willen laten zien dat hij ook andere genres beheerste: figuren, portretten, landschappen.”

De straatveegster (1887) getuigt van een aandachtig oog voor de hardwerkende vrouw met de hoofddoek, zij het niet vanuit sociale bewogenheid zoals bij Van Gogh. Landschappen schilderde Briët met name rond Nunspeet, waar hij vanaf 1893 tot zijn dood in 1939 woonde. Gezicht op Elspeet in de sneeuw, met zijn strakke horizontalen, doet haast denken aan een Chris ten Bruggen Kate avant la lettre. Schitterend is het zomerlandschap rond Meisje met geit in graanveld. Want kinderen en dieren waren favoriete onderwerpen: zie Paul in de kinderwagen (1894/95), of Suusje kleden (1910): een magistraal spel met de lichtval.

Zoomhuisje

Wat binnenhuizen betrof schilderde Briët graag de armoedige arbeidershuisjes aan de Nunspeter Zoom. Hij liep er ook onbekommerd in en uit. ,,En als de bewoners iets in huis veranderden werd hij kwaad, want dat doorkruiste zijn ideeën,” weet Jongedijk. ,,Om toch zelf de regie te houden, liet hij zo’n Zoomhuisje in zijn tuin bouwen. Daarin konden de plaatselijke modellen poseren en kregen dan een zakcentje.”

Tot op hoge leeftijd exposeerde Briët nog overal. ,,Hij was echt een kunstenaar van aanzien. Bekende schilders als Jaap Dooijewaard en Floris Arntzenius waren goede vrienden. En anders dan bijvoorbeeld een Jan van Vuuren was Briët ook internationaal actief. In het Parijse Musée d’Orsay hangt een werk van hem, en in Sint-Petersburg… Hij ís ook gewoon heel goed! Geen vernieuwer, maar dat was een bewuste keus. ‘Ik zoek mijn sympathieën zooveel mogelijk niet te binden aan één richting,’ schreef hij. Je ziet bij hem veel Haagse School, maar ook dat precieze, naturalistische dat hij op de Academie had geleerd. Van de kunstenaarskolonie in Nunspeet was Briët beslist een van de groten.”

Te zien t/m 29 september 2019
www.noord-veluws-museum.nl

Reageren is niet mogelijk.