Het eerbiedig naturalisme van Marjolein Bastin

Het eerbiedig naturalisme van Marjolein Bastin

Dit jaar werd ze 75. De fijnzinnige natuurobservaties van Marjolein Bastin vinden wereldwijd hun weg op wenskaarten, serviezen, legpuzzels en dekbedhoezen. Maar nu kunnen we eindelijk haar originele aquarellen bekijken. Op 29 september start haar jubileumexpositie Tekenen is ademen in het Noord-Veluws Museum.

(Nederlands Dagblad, bijlage Gulliver, 28-09-2018)

Margaretha Coornstra

Al gauw vraagt Marjolein Bastin of ik haar wil tutoyeren. Daar voelt ze zich prettiger bij. Ze vertelt ook hoe dankbaar ze is voor de jubileumexpositie. ‘Want daar zien mensen mijn échte werk, zoals ik het rechtstreeks op papier heb gezet. Volgens mij straalt dat nog sterker uit hoeveel ik van de natuur houd.’
Haar dankbaarheid komt authentiek over. Net als de bekentenis dat ze als een berg opziet tegen het praatje dat ze tijdens de opening moet houden. ‘Gelukkig mag het heel kort. De echte openingsrede doet Rob van Vuure, voormalig hoofdredacteur van Libelle.’
Want zo begon in 1980 haar carrière: met de Natuurrubriek in wat toen nog een ‘damesblad’ heette. Uit haar trefzekere lijnen en tere waterpenseelstreekjes verschenen vogels, bloemen, eekhoorns en herfstbladeren. Bastin werd een begrip. En toen ze in 1990 ook nog werd ontdekt door een vormgever van Hallmark, was er helemaal geen houden meer aan.

Toch zoekt ze het grote publiek niet. ‘Laat mij maar rustig in een hoekje zitten tekenen. Begrijp me niet verkeerd, ik houd van mensen. Maar niet van volle zalen. Boeken signeren, dat lukt me wel. Dat is telkens één op één contact met iemand die blijkbaar naar dezelfde dingen kijkt als ik. Maar op een podium staan is iets dat ik eng vind en dat ook niet bij mijn werk past.’
In 2013 ontkwam ze er niet aan: de uitreiking van de Lifetime Achievement Award in New York vereiste een speech. ‘Dus ik ben maar gewoon gaan praten. En dat lukte: bij sommige mensen kwamen er zakdoekjes aan te pas en ik kreeg zelfs een staande ovatie. Maar o, wat ben ik daar zenuwachtig voor geweest.’

Je werk staat niet alleen op wenskaarten, maar ook op serviezen en legpuzzels. Hoe verhoud je je tot merchandising?

‘Ik sta achter alles wat we doen. Mits het goed afgedrukt is, dat wil ik eerst zelf zien. Laatst zei mijn zoon: “Iemand wou je werk op ballonnetjes hebben, maar dat is niks voor jou hé?” Ik zei: “Nee, een ballon opblazen heeft niks met liefde voor de natuur te maken en het is nog hartstikke slecht voor het milieu ook.” Maar dat mensen een servies kopen omdat ze blij worden van de gedachte: “Vandaag drink ik uit het kopje met de aardbei…!” vind ik prima.’

Je wordt meestal aangeduid als tekenares of illustratrice. Waarom geen beeldend kunstenaar?

‘Toevallig had ik het daar net nog over met mijn dochter. We overlegden: welke term gebruiken we op Bol.com? Een illustrator ben ik niet. Want die volgt het verhaal van een schrijver, terwijl ik zelf mijn teksten schrijf. Maar om nou te zeggen: ik ben kúnstenaar’ (ze spreekt het woord extra bombastisch uit), ‘nee, dat is het toch ook niet. Dus wat ben ik eigenlijk?’

Je vader, John Henri uit den Bogaard, was vooral schrijver. Hij was ook de geestelijke vader van Swiebertje en later hoofdredacteur van de NCRV-gids.

Peinzend: ‘Ja, mijn vader was een schrijver en een blijver… Ik ben opgegroeid met Bijbelverhalen en psalmen, en we luisterden ook naar radiodominees. Maar ik heb moeite met hokjes, met afgebakende stromingen die elkaar uitsluiten. Wat ik wel als bijna religieus ervaar, is mijn diepe eerbied voor wat er om ons heen is; alles wat niet door mensen is gemaakt en boven ons uitstijgt. Dat je doet denken: wie ben ik, in dit universum…? Wie ben ik dat ik dit allemaal mag observeren? Die intense liefde en bewondering voor al die details in de natuur heb ik als klein kind al ervaren.’

Na het gymnasium in Ede kwam de kunstacademie. Figuratief werken de jaren zestig, dat vergde wel enig lef.

‘In 1960 koos ik de richting Reclame & Illustratie. Alleen was dat net het moment waarop de academie in Arnhem alle oude bagage overboord gooide – het kind met het badwater wéggooide, denk ik stilletjes. Weet je dat ik na de academie eerst niet durfde te tekenen? Vanuit die angst: o help, naturalisme, daar bereik je niks meer mee. Toch bedacht ik even later: “Wacht eens, maar dit bén ik gewoon.” En of nou vijfhonderd mensen het mooi vonden of vijf miljoen, dat kon me algauw niks meer schelen. Ik heb ook nooit in mijn leven het gevoel gehad: pfff, weer zo’n koolmees.’

Of: pfff, weer zo’n muis. Vera bijvoorbeeld.

‘Vera was een idee van de toenmalig hoofdredacteur van Libelle. Een project voor zieke kinderen. Of ik daarvoor wekelijks een leuk muisje wilde tekenen? Mijn eerste reactie was: nee nee, dieren kleertjes aantrekken, daar begin ik niet aan. En hij: jawel, ik weet dat je het kunt. Dus ben ik gezwicht en het was ontzettend leuk om te doen. Ik had intussen zelf een gezin en kende alle twijfels en wanhoop die je als moeder kunt hebben over opvoeding. In Libelle mocht ik daarover op een verborgen manier iets vertellen. Via Vera, die óók weleens moeite met haar ondeugende kindertjes had, maar uiteindelijk altijd alles goedmaakte met pannenkoeken…
Op een gegeven moment stopte Libelle ermee. Toen deed ik weer alleen de Natuurrubriek en oké, de natuur blijft het aller-, allerbelangrijkste. Maar het was voor mij wel even snotterdesnotter.’ Vertederd: ‘Ach ja, het veilige huisje van Vera, waar alles goed is… Verlangt niet iedereen daarnaar? En we vinden het op allemaal verschillende plekken.’

Je was al jong gegrepen door de natuurboeken Jac P. Thijsse en de Verkadeplaatjes. Maar het gezinsleven van Vera de Muis herinnert mij vooral aan Beatrix Potter. Voel je je ook met haar verwant?

‘Oh ja, enorm! Ik heb haar huis bezocht in het Lake District, en raakte daar zo hevig ontroerd dat ik ter plekke in tranen uitbarstte. Andere bezoekers reageerden geschrokken: “Mevrouw, gaat het wel goed met u?” Zo overweldigd werd ik door dat besef: o, hier werkte ze en kijk nou toch, daar staan haar schoenen. Daarin heeft ze gelópen, de vrouw die mij als kind zoveel heerlijke uren schonk met Pieter Konijn…!’

De Libelle Natuuragenda 2019 ligt alweer de winkel. Je hoeveelste eigenlijk?

‘Dit is mijn 38ste agenda, ik ben nu druk bezig met nummer 39. En in al die jaren heb ik mijn kinderen gekregen, ben ziek geweest, geopereerd, kortom: ik maakte alle dingen mee die zoal in een mensenleven gebeuren. Maar ik heb nooit één week de Natuurrubriek overgeslagen! En ik ben weliswaar 75, maar ik hoop dit werk nog heel lang te mogen doen. Wat een cadeautje eigenlijk, als je zo mag leven.’

‘Tekenen is ademen’, 29 september t/m 17 maart.
www.noord-veluws-museum.nl

Reageren is niet mogelijk.